De Maine Coon

Karakter
Maine Coon katten zijn heel gezellige huisgenoten. Ze houden van gezelschap van mensen en andere dieren die in huis zijn. Ze zijn niet erg geschikt om alleen te houden als je hele dagen werkt. Zet er dan een vriendje bij en je hebt een heel gelukkig huisvriendje.
Main Coons zijn aanhankelijke en vriendelijke katten met een lief karakter. Zij zijn speels en erg intelligent. Van nature zijn ze vrij rustig van aard en eigenlijk altijd goed gehumeurd. Zij zullen niet gauw hun nagels uitslaan en zij gaan vechtpartijen meestal uit de weg. Als je de krant of een boek wilt lezen, kun je er bijna zeker van zijn dat een paar Maine Coons minstens met je meelezen. Ben je in de keuken bezig of doe je een ander klusje, krijg je bijna altijd hulp. Ze zijn over het algemeen gek op water, dus afwassen of groenten schoonmaken beschouwen zij als een persoonlijke uitnodiging om eens lekker met water te kliederen. Een karakteristieke houding voor (sommige) Maine Coons is liggend water drinken met de poten om de drinkbak heen. Zorg daarom voor een zware drinkbak, want er wordt heel wat in afgerommeld.
De Maine Coon is laat volwassen (variërend tot 4 jaar), blijft heel lang speels en zijn indrukwekkende verschijning is krachtig, robuust en gespierd.
Achter het misschien wat wilde uiterlijk van de Maine Coon verbergt zich een aanhankelijke kat met een zeer tolerant karakter. Hij is niet opdringerig, maar wel speels (sommigen apporteren ook) en intelligent. U zult verbaasd zijn over het zachte stemgeluid als u voor het eerst een Maine Coon hoort miauwen. Katers zijn in het algemeen wat ondernemender. Poezen zijn vaak wat gereserveerder tegenover vreemden.
Voor uitgebreide rasstandaard en rasbeschrijving: http://www.carton.nl/rmc/
Uiterlijk
Maine Coons zijn over het algemeen grote katten, daarom valt hun aangename en heel zachte stemgeluid extra op als zij miauwen. Het zijn ook grote eters. Ze zouden het helemaal niks vinden als ze afgepaste porties zouden krijgen. Ze zijn pas volwassen en uitgegroeid als ze ongeveer drie jaar zijn. En hoe beter ze gevoed worden hoe groter en gezonder ze over het algemeen worden. Ze kunnen vijf tot tien kilo zwaar worden. Poezen zijn verhoudingsgewijs kleiner dan katers. Ze hebben een redelijk gemakkelijk te onderhouden vacht. Hoewel er ook Maine Coons zijn, die een ondervacht hebben die snel klit. Eén keer in de week borstelen en kammen is doorgaans genoeg.
Maine Coons zijn stevig gebouwd en ze hebben een brede kop, de neus heeft een lichte welving en ze hebben grote oren waar haarpluimpjes uit komen en het liefst ook kwastjes aan de punten. De kop wordt omlijst door een kraag en een baard. Ze hebben een ‘broek’ en een lange pluimstaart. De vacht is halflang en redelijk water afstotend.
De staart is lang en vol en er is een volle kraag die aan de basis van de oren begint.
De Maine Coon kan voorkomen in een reeks vachtkleuren en patronen o.a. wit – zwart – blauw – crème – alle kleuren en types tabby - schilpad met wit – rood – blue/crème en bicolour.
De ogen mogen groen-, goud- of koperkleurig zijn en bij witte katten mag blauw of “odd-eye”ook. De oogkleur hoeft niet overeen te komen met de vachtkleur zoals bij andere variëteiten. Neusspiegels en teenkussens moeten wel bij de vachtkleur passen.
Verder lezen? 'De Maine Coon als gezelschapsdier' van Gerda Ras, Etiko Uitgevers te Nieuw Vennep
Herkomst
De Maine Coon werd oorspronkelijk aangetroffen in Maine, een staat aan de oostkust van de Verenigde Staten, waar de uit Europa afkomstige voorouders van het huidige ras in de 19e eeuw werd geïntroduceerd. Deze kat werd getoond op de eerste Amerikaanse kattenshows, maar door de opkomst van de exotische rassen, zoals de Pers, daalde zijn populariteit. In de jaren '50 leefde de belangstelling voor het ras weer op en sindsdien heeft deze opvallende mooie kat fans over de hele wereld.
'Coon' staat voor 'Raccoon', dat wasbeer betekent, en verwijst naar de sterke gelijkenis tussen de geringde lange staarten van deze katten en van wasberen. Het verhaal gaat dat de inwoners van Maine dachten dat de Maine Coon een kruising was tussen de gewone kat en de wasbeer, maar wij weten nu dat dit soort kruisingen genetisch niet mogelijk zijn.
